• image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image
  • image

spionage2016selctie

 

 

ORAM Zone V – Eindhoven en Belgisch Noord-Limburg

13 04 Oram EindhovenDeze zone werd opgedeeld in drie sectoren. Elke sector had zowel in België als in Nederland de beschikking over postbussen en koeriers. Passeurs zorgden voor het overbrengen van berichten naar de andere kant van de grens. Opvallend is dat de Koninklijke Marechaussee vrije doorgang verleende in het grensgebied waar nochtans de Staat van beleg van kracht was.

Sector I Eindhoven

Spoorwegbeambte Emile Maes (ORAM 5006) uit Kessel-Lo was gevlucht naar Eindhoven en werd betrokken in de contraspionage rond de lichtstad. Hij heeft enkele Hamontenaren kunnen overtuigen om een netwerk met vier lijnen verder uit te bouwen:

Lijn 1: Leuven – Hamont – Budel - Eindhoven
Lijn 2: Leuven – Hamont – Kessenich – Weert – Eindhoven
Lijn 3: Hasselt – Hamont – Budel – Eindhoven
Lijn 4: Brussel – Lommel – Luijksgestel – Eindhoven

 

 

 

Lees meer: ORAM Zone V – Eindhoven en Belgisch Noord-Limburg

De nationale inlichtingendiensten

rotterdam witte huisBij de aanvang van de Eerste Wereldoorlog had elk land zijn eigen inlichtingendienst. Omdat België, Frankrijk en Groot-Brittannië samen tegen Duitsland oorlog voerden, was het van belang om de onderlinge acties zo veel mogelijk te coördineren. Daarom kwamen deze landen op 22 november 1914, op initiatief van de Franse kolonel Dupont, samen te Veurne (België) om hierover afspraken te maken. Hier beslisten ze om één gezamenlijk netwerk op te richten in Forth (Engeland), maar opgedeeld per nationaliteit, dus in drie delen.

Elk land diende in nauwe samenwerking de bekomen informatie uit te wisselen. Het hoofdkwartier van dit intergeallieerd bureau (Bureau Central Interallié) lag in Folkestone, een stadje aan de Britse kust. De leiding kwam in handen van kolonel George Cockerill. Voor Groot-Brittannië was Cameron verantwoordelijk, voor Frankrijk was dit eerst Wallner en later Béliard en voor België was dit Mage. De verschillende netwerken werkten in de praktijk dikwijls tegen elkaar.

Lees meer: De nationale inlichtingendiensten

Spionage tijdens de Groote Oorlog

5 02 Telegrafie tijdens WO IDe spionage tijdens WO I was op geen enkele manier te vergelijken met onze huidige denkbeelden. Boeken en films over James Bond hebben ons een spionagewereld voorgespiegeld, waarin de moderne technologie en gadgets een hoofdrol spelen. Die waren er nog helemaal niet tijdens de Eerste Wereldoorlog: de mensen zelf waren belangrijk en ze moesten vooral hun ogen en oren goed kunnen gebruiken. De enige hulpmiddelen waarover men toen beschikte, waren telefonie en telegrafie. Ook duiven mochten hun steentje bijdragen en in de loop van de oorlog won luchtfotografie aan belang.

De bewoners van de bezette gebieden waren niet vertrouwd met spionage of ondergronds verzet.
Het brutale gedrag van de Duitse invallers leidde vooral tot clandestiene activiteiten. In de eerste weken na de inval werd er hulp geboden aan gewonde of van de troepen afgesneden soldaten, die men voedsel en onderdak verschafte en via neutrale landen zoals Nederland terug naar hun eigen legers loodste. En tijdens heel de oorlog waren er vrijwilligers, zowel jongelingen die zich bij het leger wilden voegen als anderen die in Engelse of Franse fabrieken wilden gaan werken.

Lees meer: Spionage tijdens de Groote Oorlog

De locale netwerken in België en Noord-Frankrijk

10 11 Spionnen luisteren meeDe Duitsers slaagden er tijdens de Eerste Wereldoorlog niet in om een spionagenetwerk van agenten uit te bouwen in Groot-Brittannië. Evenmin slaagden de Britten, noch de Fransen noch de Belgen erin om een dergelijk netwerk uit te bouwen in Duitsland.
Dat lukte voor de geallieerden wel in de door Duitsland bezette gebieden van België en Noord-Frankrijk. De agenten werden gerekruteerd uit Belgische en Franse vluchtelingen en via Nederland terug naar hun thuisland gebracht. Zij zorgden dan voor meer medewerkers, soms ganse families.
Ze werden gedreven door patriottisme, haat tegen de gewelddadige bezetter of geldelijk gewin.
In de meer dan vier jaren durende oorlog werden er meer dan 250 netwerken in het bezet gebied opgezet, samen goed voor meer dan 7.000 medewerkers.
De meeste netwerken bestonden uit slechts enkele tientallen agenten, maar sommige, zoals La Dame Blanche en Oram, hadden 1.000 of meer agenten in dienst.

Lees meer: De locale netwerken in België en Noord-Frankrijk

Spionage: een korte geschiedenis

Een leger zonder geheim agenten is zoals een man zonder oren noch ogen
(Chinese strateeg Sun Tsu, 6de eeuw v. Chr.)

3 01 Het oog in het sleutelgatEen geheim agent, tegenwoordig officier inlichtingen en veiligheid genoemd, is iemand die voor een inlichtingendienst op een heimelijke manier informatie voor zijn land inwint, analyseert en verwerkt. Een geheim agent die zich in een ander land dan het zijne bevindt, wordt spion genoemd. Deze heeft de taak om bijvoorbeeld de legersterkte of intenties van de vijand te achterhalen, de economische en politieke situatie in kaart te brengen en desgevallend sabotage te plegen. Om deze inlichtingen te verkrijgen zoekt de spion naar betrouwbare lokale informanten die goed op de hoogte zijn van het reilen en zeilen in hun omgeving. Zij vormen een belangrijke schakel, maar mogen niet weten voor wat of voor wie zij hun informatie verschaffen. Zodra de spion voldoende bruikbare inlichtingen heeft verzameld, is het een kunst om deze gecodeerd aan zijn inlichtingendienst te bezorgen.

Lees meer: Spionage: een korte geschiedenis

Lees meer over  1914  1915  1916  1917  1918  naoorlogs

logosbanner